<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>fnv kaderlid z'n wordpress site.......... &#187; academie</title>
	<atom:link href="http://www.ducks.nl/wordpress/category/academie/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.ducks.nl/wordpress</link>
	<description>wordPress TestBlog van een niet bestaand FNV lid in 2008 ...</description>
	<lastBuildDate>Wed, 10 Dec 2008 05:55:02 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.9.2</generator>
	<language>nl</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Internetcompetenties schieten te kort</title>
		<link>http://www.ducks.nl/wordpress/internetcompetenties-schieten-te-kort/</link>
		<comments>http://www.ducks.nl/wordpress/internetcompetenties-schieten-te-kort/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Oct 2008 06:33:45 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ducks</dc:creator>
				<category><![CDATA[academie]]></category>
		<category><![CDATA[breinstorm]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ducks.nl/wordpress/?p=124</guid>
		<description><![CDATA[De meeste organisaties hebben voldoende marketing- en ICT-kennis in huis. Het  maken van een effectieve website zou dus geen probleem moeten zijn. Maar het  tegendeel is het geval, concludeert Marcel Creemers. De echte  internetcompetenties zijn niet voldoende opgebouwd. Bezoekers van websites  krijgen steevast te weinig functionaliteit.
Lees het artikel in de Automatisering [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De meeste organisaties hebben voldoende marketing- en ICT-kennis in huis. Het  maken van een effectieve website zou dus geen probleem moeten zijn. Maar het  tegendeel is het geval, concludeert Marcel Creemers. De echte  internetcompetenties zijn niet voldoende opgebouwd. Bezoekers van websites  krijgen steevast te weinig functionaliteit.</p>
<p>Lees het <a href="http://www.automatiseringgids.nl/artikelen/2008/41/internetcompetenties%20schieten%20tekort.aspx" target="_blank">artikel in de Automatisering Gids</a> of</p>
<p><span id="more-124"></span></p>
<p><strong><span class="Bold">Kaders in de AG op papier:<br />
</span><span class="Bold">Opbouwen internetcompenteties essentieel voor realiseren hogere effectiviteit websites<br />
</span><span class="Bold">Sites met lage functionaliteit zijn nooit effectief<br />
</span><span class="Bold">Internetkompetenties stellen primair onlinebeozker centraal</span></strong></p>
<p>Telkens blijkt uit onderzoek dat de functionaliteit die via websites wordt  aangeboden, achterblijft bij de wensen van bezoekers. Aan de Vrije Universiteit  Amsterdam wordt al sinds 1996 onderzoek gedaan naar websitefunctionaliteit en de  uitkomsten vallen steeds tegen: bezoekers van websites krijgen minder  functionaliteit aangeboden dan zij zouden willen gebruiken.<br />
Natuurlijk is de  vraag naar functionaliteit afhankelijk van het soort website: een webwinkel  heeft een ander doel dan bijvoorbeeld een gemeentesite. De ‘taken’ van de  bezoekers zijn heel verschillend en de vraag naar functionaliteit dus ook. Maar  ook als we met die verschillen rekening houden, blijkt de geboden  functionaliteit – gemeten in features – zelden boven de 50 procent (van de  vraag) uit te komen.</p>
<p>De reden hiervan is deels dat de ‘toekomstige  sitebezoeker’ moeilijker is te achterhalen dan de ‘toekomstige gebruiker van een  bedrijfsintern informatiesysteem’. Opdrachtgever en bouwer moeten dus meer  moeite doen om de gewenste functionaliteit te achterhalen. Meestal gebeurt dat  niet en wordt volstaan met een pilotstudie vooraf en een tevredenheidssurvey  achteraf, maar in de kwaliteit van die onderzoekjes (het gehanteerde model,  representativiteit en betrouwbaarheid) bestaat weinig inzicht.</p>
<p>Veel  opdrachtgevers willen hun site vooral mooi, modern en representatief maken. De  functionaliteit ervan wordt impliciet in het ontwerp meegenomen. Vaak zijn de  budgetten voor websites beduidend lager dan die van bedrijfsinterne systemen en  dan past een functionaliteitsonderzoek daar niet in. De techniek komt dan op de  voorgrond, de bezoeker op de achtergrond.</p>
<p>Is dat een probleem? Als bezoekers  van bijvoorbeeld een onlinewinkel de functionaliteit niet vinden die hun  aankoopbeslissing ondersteunt, dan ervaren ze die site als mager. Ze stellen hun  besluit uit en gaan ergens anders verder zoeken. Functioneel magere sites kunnen  dus wel veel bezoekers hebben – een kwestie van reclamegeld – maar de conversie  is altijd laag en hun omzet is lager dan die zou kunnen zijn.</p>
<p>Bij veel sites  (bijvoorbeeld een gemeente) gaat het niet om omzet. Maar als die site de burgers  bij hun besluitvorming over gemeentelijke diensten niet goed weet te  ondersteunen, dan vallen zij terug op telefoongebruik en baliebezoek en vallen  de geplande kostenbesparingen tegen. Sites met lage functionaliteit zijn dus  nooit effectief. Niet voor bezoekers en ook niet voor de organisatie.</p>
<p>Uit  benchmarkstudies blijkt dat de inspanning (tijd en geld) die nodig is om de  gewenste functionaliteit te bieden altijd loont: organisaties die dat hebben  gedaan, hebben de hoogste conversie in de sector (best practice) bereikt en  realiseren een bovengemiddelde omzet. Tegelijk bouwen zij al doende nieuwe  competenties op en die leiden weer tot nieuwe ideeën, enzovoort. Zo raken ze in  een opwaartse spiraal. De geschiedenis van Amazon.com is hier een bekend  voorbeeld van. De meeste organisaties hebben zo’n spiraal nooit bereikt. Dit  geldt ook voor niet-commerciële sites: het opbouwen van internetcompetenties is  de sleutel tot hogere effectiviteit.</p>
<p><strong>Internetcompetenties zijn gebieden van  kennis en vaardigheden die het organisaties mogelijk maken effectiever te werken  met het internet. Dat mag niet worden verward met kennis en vaardigheden in  termen van business, ICT en marketing afzonderlijk</strong>.</p>
<p><strong>Internetcompetenties stellen  primair de onlinebezoeker centraal en gaan over de kwaliteit van het functionele  aanbod aan die bezoeker. Daarbij is het van belang vier verschillende rollen van  die bezoeker te onderscheiden</strong>:</p>
<ol>
<li><strong>De kijker</strong>, die data en informatie wil  vinden en bekijken (Google, CBS).</li>
<li><strong>De gast</strong>, die met de organisatie en/of  met andere bezoekers in interactie wil (Hyves, LinkedIn).</li>
<li><strong>De relatie</strong>, die  formele afspraken wil maken die moeten worden nagekomen (Bol,  Belastingdienst).</li>
<li><strong>De gebruiker</strong>, die de site kan gebruiken voor een eigen  (commercieel) doel (Lulu, Ponoko).</li>
</ol>
<p>De internetcompetenties van een  organisatie kunnen langs deze vier rollen worden gedefinieerd (zie kaders). Op  de meeste sites hebben de bezoekers niet slechts één rol, maar een mix van  rollen. De organisatie achter die site moet dan een mix van de bijbehorende  competenties ontwikkelen.<br />
Naarmate organisaties er beter in slagen hun  internetcompetenties op te bouwen, zal de bezoeker vaker en meer centraal komen  te staan en dat zal de website functionaliteit zeker ten goede komen.  <strong><br />
</strong><br />
<strong>Bezoeker als kijker</strong><br />
Vanaf het ontstaan van het  web is de bezoeker al kijker, maar desondanks is het presenteren van informatie  op een voor de bezoeker duidelijke en begrijpelijke manier moeilijker dan veel  organisaties denken. De competenties zijn de volgende.</p>
<ul>
<li>Thuis zijn in de  manieren waarop zoekmachines (zoals Google) werken en een hoge vindbaarheid  realiseren. Veel organisaties zijn niet op de eerste resultatenpagina van Google  te vinden bij zoekwoorden die bezoekers intypen.</li>
<li>Aangeboden waren  (informatie of goederen) levendig kunnen presenteren. Veel organisaties  gebruiken niet de visuele mogelijkheden van het internet.</li>
<li>Informatiediensten eenvoudig weten aan te bieden. Veel organisaties maken in de  teksten of navigatie op hun website gedachtesprongen die bezoekers niet kunnen  volgen.</li>
<li>In staat zijn een groot assortiment van informatie of goederen  accuraat te beheren. Te vaak vertonen databases fouten, doublures en  hiaten.</li>
<li>Het vermogen om zich te oriënteren op de vragen die bezoekers bij  het zoeken hebben en weten hoe die te beantwoorden. Bijna alle organisaties  beperken zich tot informatie over hun aanbod en richten zich niet (voldoende) op  de achterliggende vraag van de bezoeker.</li>
<li>Thuis zijn in de belangrijkste  menselijke zoekstrategieën en die met hulpmiddelen kunnen ondersteunen. Bijna  alle zoekmachines werken volgens de methode van uitsluiting en niet –  bijvoorbeeld – associatief.</li>
</ul>
<p><strong>Bezoeker als gast</strong><br />
Gasten ontvangen is  moeilijker dan kijkers bedienen, omdat er nu interactie in het spel is. De  competenties zijn de volgende.</p>
<ul>
<li>Weten hoe bezoekers via het internet  persoonlijk benaderd moeten worden. Veel organisaties laten de mogelijkheden van  persoonlijke interactie via de web<br />
site onbenut.</li>
<li>Het moment-of-value van  interactie precies kennen. Bijna geen enkele organisatie kent het natuurlijke  gedrag van zijn bezoekers en kan daarvan dus geen gebruik maken bij de  interactie.</li>
<li>Weten waarover bezoekers willen communiceren. De meeste  organisaties beperken zich bij de communicatie tot hun eigen aanbod. Alles  daarbuiten wordt gemeden of zelfs risicovol genoemd.</li>
<li>Weten hoe bezoekers  een communicatieplatform willen gebruiken. Voor velen is het succes van een site  als Youtube nog steeds een raadsel.▪ Weten welk aspect van de organisatie de  bezoeker het belangrijkst vindt. De meeste organisaties willen hun output aan de  bezoekers slijten en denken niet aan mogelijkheden om met relaties bijvoorbeeld  nieuwe producten te ontwikkelen.</li>
<li>In staat zijn met weinig spelregels kleine  bijdragen van bezoekers tot een groot werk te laten uitgroeien. Veel  organisaties nemen crowd sourcing (zoals Wikipedia) niet serieus.</li>
<li>Begrijpen  dat nieuwe vormen van interactie de gevestigde orde kunnen bedreigen en wegen  kunnen bewandelen die voor alle partijen aanvaardbaar zijn. Veel uitgeverijen  ­bijvoorbeeld aarzelen met internetdiensten omdat ze de wraak van de gevestigde  kanalen vrezen.</li>
</ul>
<p><strong>Bezoeker als relatie</strong><br />
Bij relaties gaat het om  geformaliseerde interactie: er worden afspraken gemaakt die ook moeten worden  nagekomen. Relaties kunnen klanten zijn, maar ook leveranciers, burgers of  patiënten. De competenties zijn de volgende.</p>
<ul>
<li>Weten hoe bezoekers zich  bewust worden van een behoefte. De meeste organisaties gaan ervan uit dat  bezoekers van hun site al weten wat ze willen kopen of regelen. Ze laten de  kansen van bewustmaking onbenut.</li>
<li>Weten hoe bezoekers zich oriënteren op  mogelijke producten. De meeste organisaties bieden hun producten aan, maar  ondersteunen de oriëntatie niet.</li>
<li>Weten hoe bezoekers kiezen uit een aanbod  van alternatieven. Bijna alle organisaties onderstrepen de sterkten van hun  producten en ondersteunen niet de keuze van de bezoeker.</li>
<li>In staat zijn  transacties via het internet foutloos te realiseren. Er gaan nog te veel  transacties fout.</li>
<li>Gemaakte afspraken met een precisie van minstens 99,98  procent (5 sigma) kunnen nakomen. Nog te veel organisaties nemen de accuratesse  van hun dienstverlening te gemakkelijk op.</li>
<li>Bedreigingen van aflevering  kunnen oplossen naar tevredenheid van de relatie. Te vaak wordt er naar een  ander (of zelfs naar elkaar) gewezen als een aflevering mislukt.</li>
<li>Weten  onder welke omstandigheden bezoekers met elkaar tot transacties komen. Er zijn  maar een paar organisaties die virtuele marktplaatsen kunnen  ondersteunen.</li>
</ul>
<p><strong>Bezoeker als gebruiker</strong><br />
Deze rol van  gebruiker is nieuw, nog heel weinig organisaties hebben er ervaring mee. De  bezoeker bepaalt wat de aanbieder voor hem gaat doen. Bijvoorbeeld Lulu.com  helpt bezoekers uitgever te worden. Ponoko.com helpt de bezoeker fysieke  constructies te maken. De competenties zijn de volgende.</p>
<ul>
<li>Weten wat  bezoekers willen doen of maken en kunnen helpen deze ideeën te realiseren.  Veruit de meeste organisaties zijn er niet op ingericht creativiteit van de  bezoeker te ondersteunen en gepersonaliseerde producten te leveren naar het  ontwerp van de bezoeker.</li>
<li>De ‘fabriek’ kunnen koppelen aan een virtuele  community van opdrachtgevers, ontwikkelaars en adviseurs. De meeste organisaties  bieden hun producten (goederen, diensten) van tevoren aan en laten hun productie  inhoudelijk niet sturen.</li>
</ul>
<p><em><span class="Italic">Marcel Creemers is hoogleraar Informatiesystemen aan de VU Amsterdam.  Hij is tevens partner van het Internet Adviesbureau SYNQ en auteur van de serie  boeken: ‘De Lat Moet Hoger!’ (www.delatmoethoger.nl). Recentelijk is deel 3 in  deze serie uitgekomen: ‘Hoe organisaties internetcompetenties  ontwikkelen’.</span></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ducks.nl/wordpress/internetcompetenties-schieten-te-kort/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zeven eigenschappen van effectief e-Government, van politieke organisatie</title>
		<link>http://www.ducks.nl/wordpress/zeven-eigenschappen-van-effectief-e-government/</link>
		<comments>http://www.ducks.nl/wordpress/zeven-eigenschappen-van-effectief-e-government/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 09 May 2008 16:30:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>ducks</dc:creator>
				<category><![CDATA[academie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.ducks.nl/wordpress/?p=61</guid>
		<description><![CDATA[Door: Marcel Thaens en Joop Kielema Verschenen in Automatisering Gids nr. 19, 2008 &#8211; Vrij naar het boek van Stephen Covey (The Seven Habits for Highly Effective People) presenteren ­Marcel Thaens en Joop Kielema in dit artikel zeven eigenschappen van effectief e-Government. 
Zij zijn ze op het spoor gekomen door goed te kijken naar hoe [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Door: Marcel Thaens en Joop Kielema <a href="http://automatiseringgids.sdu.nl/ag/nieuws/artikelen/toon_artikel.jsp?di=415140" target="_blank">Verschenen in Automatisering Gids nr. 19</a>, 2008 &#8211; <em>Vrij naar het boek van Stephen Covey (The Seven Habits for Highly Effective People) presenteren ­Marcel Thaens en Joop Kielema in dit artikel zeven eigenschappen van effectief e-Government. </em></p>
<p><em>Zij zijn ze op het spoor gekomen door goed te kijken naar hoe ICT in zowel de private als publieke sector op vernieuwende wijze wordt ingezet. Samen bieden de hier beschreven eigenschappen kansen voor overheidsorganisaties (ds: en bijvoorbeeld ledenorganisaties als vakbonden!) om ook andere doelstellingen van de e-overheid (hun e-organisatie) dan alleen de veelal centraal staande effectiviteit en efficiëntie te bereiken. </em></p>
<p><em><strong>Vooral gaat het dan om het stimuleren van zelforganisatie: burgers (ds: leden!) in staat stellen hun eigen problemen aan te pakken</strong>. </em></p>
<p><span id="more-61"></span><em> Daarmee kunnen deze eigenschappen worden gezien als zeven concrete aanbevelingen die door overheidsorganisaties kunnen worden gebruikt als inspiratie om de dienstverlening aan burgers verder te verbeteren.</em><br />
<strong>1. Geo-informatie koppelen aan andere informatiebronnen </strong><em>(ducks demo: <a title="ducks google.maps leden-groepen-zoeker " href="http://www.fnvbouw.werkgroepen.net/maps.google/phpgooglestorelocator/index-25.php" target="_blank">google-leden-groepen-zoeker,</a> prototype uit 2006 al weer)</em><br />
Door informatiebronnen te koppelen aan geografische informatie wordt het geven aan burgers van informatie op maat, gekoppeld aan de specifieke locatie, een reële optie. Het presenteren van grafische informatie past goed bij de manier waarop mensen informatie verwerken en is een krachtig middel om dienstverlening te personaliseren.</p>
<p>Veel informatie van de overheid leent zich voor grafische ontsluiting, denk aan de locatie van scholen en de aanwezigheid van voorzieningen. Geo-informatie kan ook worden gebruikt om interactieve beleidsprocessen te verrijken en te verbeteren. Zo zijn in Helmond en Tilburg projecten uitgevoerd waarin burgers betrokken werden bij de inrichting van (delen van) het toekomstige centrum van de stad. Dit door middel van een driedimensionale simulatie op basis van bestaande geo-informatie.</p>
<p><em>Voorbeeld</em><br />
Informatie met betrekking tot de Tweede Kamerverkiezingen is voor Amsterdam ontsloten door gebruik te maken van Google Maps. Een gebruiker krijgt op de kaart van Amsterdam of naar keuze op een satellietfoto van de stad een overzicht gepresenteerd van stemlocaties. Klikken hierop geeft per locatie praktische informatie zoals het exacte adres en de openingstijden. Ook kan worden geklikt op de uitslag en dan verschijnt de uitslag van hoe op die locatie uiteindelijk is gestemd (zie millionpieces.nl).</p>
<p><strong>2. Beleidsontwikkeling met behulp van sociale ICT-toepassingen </strong><em>(ducks multi-user weblogs software op <a href="http://werkgroepen.net" target="_blank">werkgroepen.net)</a></em><br />
Via de als ‘sociale software’ aangeduide ontwikkelingen zoals Hyves, blogs, en het ontwikkelen van allerlei communities, blijken burgers zich laagdrempelig en zeer effectief rond allerlei thema’s en belangen te organiseren. Naast het gebruiken van dit zelforganiserende vermogen voor het verder personaliseren van overheidsdiensten kan de overheid dit ook aangrijpen als nieuwe kans (na voorzichtige experimenten in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw) om burgers actief te laten meedenken en meedoen met beleidsontwikkeling. Mogelijk zelfs kan de overheid op bepaalde terreinen wat verder terugtreden omdat zichzelf organiserende burgers steeds beter in staat zijn om bepaalde problemen zelf, dus zonder of slechts met minimale tussenkomst van de overheid, op te lossen.</p>
<p><em>Voorbeeld</em><br />
Brewtopia, een bierbrouwer in Australië, betrekt klanten tot in het extreme bij het bedrijf. Niet alleen kunnen consumenten via de site hun eigen bier samenstellen en etiketten uploaden, maar ook wordt klanten via digitale middelen gevraagd mee te denken met belangrijke beslissingen die het bedrijf zelf betreffen. Zie ook de slogan van deze brouwer: ‘Built by the People for the People’ (zie <a href="http://www.brewtopia.com.au/" target="_blank">www.brewtopia.com.au</a>).</p>
<p><strong>3. Informatie en kennis zijn er primair om te delen </strong><em>(ducks: werkgroepen.net, google share apps)</em><br />
De slagkracht van organisaties wordt vergroot door ervan uit te gaan dat kennis en informatie er primair zijn om te delen. Als gevolg hiervan reikt bijvoorbeeld de denkkracht van een organisatie tegenwoordig vele malen verder dan de traditionele eigen R&amp;D-beleidsafdeling. Voor overheden betekent dit dat er meer en andere mogelijkheden zijn ontstaan om gebruik te maken van het feit dat burgers op grote schaal bereid zijn om expertise aan te leveren en mee te denken over de aanpak van maatschappelijke problemen. Ook kan de overheid een actievere rol spelen in het bij elkaar brengen van partijen die informatie willen delen. Denk bijvoorbeeld aan het starten van een soort monsterboard of marktplaats voor stages in het kader van het beleidsvoornemen van het kabinet om in het voortgezet onderwijs een maatschappelijke stage te introduceren.</p>
<p><em>Voorbeeld<br />
</em>InnoCentive is een initiatief waarin organisaties trachten om kennis en ervaring te ontsluiten die ze niet zelf in huis hebben (<a href="http://www.innocentive.com/" target="_blank">www.innocentive.com</a>). Het is een marktplaats waarbij wordt getracht een match te maken tussen organisaties die een op te lossen probleem hebben en slimme individuen die, waar dan ook ter wereld, op basis van ervaring en kennis (en een vergoeding) komen tot een mogelijke oplossing.</p>
<p><strong>4. Transparantie wordt tot kunst verheven<br />
</strong>Particuliere initiatieven dragen bij aan het transparanter maken van de overheid. Echter voor de overheid zelf biedt ICT in toenemende mate ook mogelijkheden om de transparantie (een van de oudste doelstellingen van de elektronische overheid) te vergroten. Een goed hulpmiddel hierbij is bijvoorbeeld het gebruik van digitale dossiers waarin ‘backoffice’-informatie bijeen wordt gebracht en ontsloten. Voor burgers hebben ze het grote voordeel dat ze niet iedere keer hun gegevens hoeven in te vullen en vooral dat informatie sneller en beter bij betrokken partijen komt. Een andere optie is het maken van gepersonaliseerde profielen. De dienstverlening kan ‘op maat’ gemaakt worden voor burgers op basis van de gegevens die al bekend zijn.</p>
<p><em>Voorbeeld<br />
</em>Op FixMyStreet kunnen burgers een melding maken van een probleem in de openbare ruimte (bijvoorbeeld kapot straatmeubilair). Op basis van de ingegeven postcode regelt de site de doorgifte van de melding aan de relevante overheidsorganisatie en geeft men inzicht in de actie van de overheid naar aanleiding van de melding (<a href="http://www.fixmystreet.org/" target="_blank">www.fixmystreet.org</a>).<br />
De site TheyWorkForYou geeft burgers inzicht over het handelen van alle parlementariërs in Engeland, Ierland en Schotland. Of het nu gaat om het individuele stemgedrag, de zitting die men heeft in commissies, de portefeuilles, de keren dat men verschijnt in het parlement, tellingen over politieke feiten of de onkostenvergoedingen die worden ontvangen <a href="http://www.theyworkforyou.com/" target="_blank">www.theyworkforyou.com</a>).</p>
<p><strong>5. Een omgekeerde beeldenstorm<br />
</strong>Als een plaatje meer zegt dan duizend woorden, dan verveelvoudigt dat aantal wellicht nog indien dat plaatje ook nog eens wordt gekoppeld aan audio, softwaretoepassingen en tekst. De mogelijkheden om audiovisueel materiaal te verspreiden (door burgers en door de overheid) lijken inmiddels volwassen te worden. Naast bedreigingen biedt dit ook kansen voor de overheid. Niet alleen voor opsporing en handhaving (denk aan het plaatsen van foto’s en filmpjes van voetbalhooligans op internet en het voorbeeld van de slimme camera) maar ook voor bijvoorbeeld het geven van realtime (beeld)informatie en het mogelijk maken van realistische simulaties in bijvoorbeeld planprocessen. Wel zal de overheid moeten ‘wennen’ aan het omgaan met beelden in plaats van traditionele teksten.</p>
<p><em>Voorbeeld<br />
</em>In het verleden registreerden toezichtcamera’s (vaak zonder geluid) alles wat gebeurde voor het oog van de lens. Intelligente camera’s die tegenwoordig worden gebruikt nemen alleen beelden op wanneer sprake is van bewegingen of geluiden die op agressie duiden. Door ze te koppelen aan slimme software, zijn ze in staat om vechtpartijen, die veelal beginnen met verbale agressie, te signaleren. Daarnaast maken ze het analyseren van beelden gemakkelijker en efficiënter. (Zie ook: <a href="http://www.minbzk.nl/actueel/publicaties?ActItmIdt=107841" target="_blank">www.minbzk.nl/actueel/publicaties?ActItmIdt=107841</a>).</p>
<p><strong>6. De werkelijkheid is buiten, dus de (elektronische) overheid ook<br />
</strong>Mobiele apparatuur en snelle verbindingen bieden verregaande mogelijkheden voor de overheid om daar aanwezig te zijn waar problemen zich voordoen en oplossingen gevraagd worden: de daadwerkelijke leefwereld van burgers. Zowel de controlerende als de dienstverlenende taken van de ‘street-level bureaucrats’ kunnen op een andere manier worden uitgevoerd. Zo kunnen hulpverleners dossiers ter plekke raadplegen en gegevens wijzigen en kan een pda de kennisbasis van inspecteurs vergroten. Ook wordt zelfcontrole door burgers gekoppeld aan monitoring door de overheid een optie. Denk bijvoorbeeld aan patiënten die zelf eenvoudige meetgegevens doorgeven aan het ziekenhuis of aan het elektronisch huisarrest.</p>
<p><em>Voorbeeld<br />
</em>In Engeland heeft het politiekorps in Lancashire zijn agenten uitgerust met pda’s waarmee het direct op straat gegevens en foto’s in centrale databases kan voegen of deze kan raadplegen. Hierdoor wordt de tijd die agenten op het bureau moeten doorbrengen met maar liefst een uur per dag gereduceerd en dus wordt de zichtbaarheid (meer blauw) op straat sterk vergroot (met een extra zichtbare equivalent van honderd op een totaal van duizend agenten; zie: <a href="http://www.eps-award.eu/" target="_blank">www.eps-award.eu</a>).</p>
<p><strong>7. Informatie is er om te vinden, niet om te zoeken<br />
</strong>Het maken van informatie is eenvoudiger geworden. Ook kan steeds makkelijker informatie aan anderen beschikbaar worden gesteld. Private organisaties en burgers zelf gaan dan ook in toenemende mate informatie verspreiden die voorheen primair door de overheid werd verzorgd. Deze toename van beschikbare informatie voor burgers impliceert een nieuwe rol voor de overheid, namelijk het ontwikkelen van instrumenten waarmee burgers zicht krijgen op de betrouwbaarheid van informatie uit verschillende bronnen. Immers lang niet alles wat op internet staat is waar. De reputatie van de aanbieder is hierbij een belangrijk aangrijpingspunt.</p>
<p>Voorbeeld<br />
Last.fm biedt muziekliefhebbers de optie om artikelen over artiesten te posten/bewerken, naar muziek te luisteren en/of video’s te bekijken. Per artiest kunnen ook aanbevelingen worden gedaan aan andere bezoekers om eens naar andere artiesten in een vergelijkbaar genre te gaan luisteren. Ook kunnen bezoekers bijdragen aan het opstellen van een chart van nummers van een artiest. Als bezoeker krijg je dus meteen te zien welke nummers de bezoekers van de site van de artiest het mooiste vinden. Last.fm stelt bezoekers dus in staat om, met behulp van labels (‘tagging’) en aanbevelingen gedaan door andere bezoekers, makkelijk muziek te vinden die past bij de eigen voorkeur, en deze ook te verbreden.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.ducks.nl/wordpress/zeven-eigenschappen-van-effectief-e-government/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
